Vandaag, achttien jaar geleden, werd ik wakker in een ziekenhuis. Naast mij stond een leeg babybedje. De kloeke baby die ik enkele uren eerder op de wereld had gezet, lag verderop in een couveuse. Het was een moeizame bevalling geweest. Zonder in detail te treden, kan ik zeggen dat er veel hulpmiddelen aan te pas waren gekomen en dat ik bij het gloren van de dag nog steeds niet recht kon staan zonder flauw te vallen. De baby had ik even in mijn armen gehad. Nadien werd hij gemeten en gewogen en verdween hij voor observatie.
Vandaag, achttien jaar geleden, stak de trotse vader (die thuis was gaan slapen) zijn hoofd om de hoek en was verbaasd mij zonder baby te zien. De vroedvrouw wist te zeggen dat ze hem van mij weghielden zolang ik van mijn sus bleef gaan. Pas toen ik iedereen had weten overtuigen dat ik mijn kind niet op de grond zou laten vallen, rolden ze mijn kleine monstertje de kamer in.
Acht uur na de bevalling werd ik pas écht een mama.
Anderhalf jaar later lag ik opnieuw in dat ziekenhuis. Dit keer werd de baby onmiddellijk op mijn buik gelegd en bleef daar urenlang liggen. Toen pas besefte ik wat ik had gemist, die eerste keer. Ik beviel nog een derde keer, zes jaar later. Dat kind plakte zo’n vijf maanden lang op mij. Ook ik had ondertussen de studies gelezen van hoe belangrijk huid-op-huid-contact tussen moeder en baby was.
Vandaag vier ik de verjaardag van mijn zoon, maar zoals elk jaar komt ook de herinnering boven aan hoe leeg en verlaten ik me voelde die nacht in het ziekenhuis. Mijn baby was gezond en met mij was er ook niks mis, zolang ik niet moest rechtstaan. Maar er waren regels en die bleken belangrijker dan mijn mentaal welzijn.
Ondertussen is er zoveel veranderd. Tegenwoordig komt er zo goed als niets tussen een mama en haar pasgeboren kind. Tegenwoordig heb je als mama inspraak over hoe je wil bevallen.
Ik zou zo graag teruggaan naar die nacht en als een leeuwin op de gang staan schreeuwen (me vastklampend aan de muur, weliswaar) om mijn kind op te eisen. Ik zou me de dagen nadien afzonderen op die kamer (maar liever nog thuis) zonder al dat bezoek. Ik zou de weken nadien gewoon in bed liggen met mijn baby, tussen voederen en verzorgen door. Want ik zou beseffen dat geen enkele van de vele verplichtingen die ik mezelf had opgelegd, gerechtvaardigd was. Ik moest helemaal geen uitstapjes maken met de baby of urenlang rechtzitten na een pijnlijke bevalling. Ik had gewoon beter voor mezelf moeten zorgen.
Ik ben blij voor de moeders van vandaag, die dat zoveel beter doen dan ik, achttien jaar geleden. Ik laat een traan voor de moeders van vroeger, die er nog zoveel slechter voor stonden en voor de moeders wiens babybedje nooit gevuld geraakt, zelfs niet acht uur na de bevalling.
Hiep hiep voor vooruitgang. Hiep hiep voor zelfzorg. Hiep hiep voor mijn baby van achttien.
