Over loslaten en kwijtspelen

Mijn dochters vinden mij te streng. De oudste moppert over het uur waarop ze terug moet zijn van een fuif, de jongste snapt niet waarom ik ongerust ben als ze alleen op wandel is in ons dorp.

Ik ben nochtans zelf opgegroeid met de deuren wijd open. Kinderen van mijn generatie speelden op straat, trokken erop uit zonder dat onze ouders wisten waar we rondhingen en daagden onaangekondigd ergens op. Je zou denken dat een melancholisch gemis aan mijn kindertijd van mij een expert in loslaten zou maken, maar niets is minder waar. Ik doe nochtans mijn best, want ik gun het mijn kinderen, die vrijheid.

Mijn dochter en haar vriendin, allebei 10 jaar oud, komen voorzichtig de keuken binnen. “Mama, mogen we met ons twee naar het speeltuintje?”. De stemmetjes in mijn hoofd beginnen te bekvechten. “Komaan, ze zijn bijna 11, dit moet je hen toelaten. Over een jaar gaan ze elke dag naar een school in een andere stad.” “Klopt,” zegt de Voorzichtige Ik, “maar dan zijn ze niet alleen, maar in groep. Plus, je draagt nu ook nog eens de verantwoordelijkheid over een ander z’n kind.”

Moedige Ik wint. Ik laat hen gaan, na een korte samenvatting van de nodige veiligheidsvoorschriften.

Tien minuten later laat Voorzichtige Ik opnieuw van zich horen. Ze stompt me in de maag met een herinnering. Plots weet ik waarom haar stem zo sterk is.

In gedachte zie ik mijn dochter en haar vriendin over straat lopen, een beeld dat bruusk vervangen wordt door een foto die ik veel te vaak gezien heb: die van Julie en Melissa.

Kinderen van mijn generatie speelden vrij op straat, maar hebben in hun twintiger jaren ook gezien hoe het mis kan lopen. Eefje woonde bij mij in de wijk, Ann een paar gemeentes verder. Ik was twintig toen Dutroux toesloeg, nog student, maar net zoals het hele land, de hele wereld, enorm onder de indruk van deze vreselijke gebeurtenissen. Wist ik toen veel dat wij niet alleen mee rouwden met de vrienden en familie van deze meisjes, maar ook om het verlies van onze eigen naïviteit en onbezorgdheid. Ik zou pas tien jaar later mama worden: een bezorgde mama, een mama die graag weet waar haar kinderen zijn, die blijft herhalen om nooit met vreemde mensen mee te gaan, die elke keer een zucht van verlichting slaat als iedereen weer veilig thuis is. Misschien is dat gewoon mijn karakter, misschien moet ik echt meer leren loslaten.

Dat is niet gemakkelijk voor een generatie die heeft gezien dat loslaten soms ook kwijtspelen betekent.

Ik stap de fiets op en rijd naar het speeltuintje, gewoon om even te zien. Als ik hen fijn zie spelen, rijd ik weer weg. Ach, dat loslaten doen we een andere keer wel weer.

— artikel dateert van een jaar geleden —


Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren
Inloggen