Reisverslag: Het Zwarte Woud

Eind juli 2024 trokken de echtgenoot en ik er nog eens op uit onder ons tweetjes. Dit keer geen snelle of verre citytrip. We hadden vier dagen om te vullen en wilden het liefst weg met de auto. Het Zwarte Woud stond al lang op mijn verlanglijst: prachtig van natuur, rustig en nog net binnen een afstand die te doen is voor een trip van een paar dagen.

We vertrokken op een zaterdagochtend in de regen. Na twee tussenstops om eerst de hond en dan de dochter af te zetten, bereikten we onze bestemming rond 17u. We verbleven net buiten Baden-Baden, in Schwarzwald Hotel Sonne. Dit hotel ligt naast de Schwarzwaldhochstrabe, een van de bekendste en mooiste routes van het Zwarte Woud. Wij hadden onze buik wel even vol van autorijden, dus kozen voor de wandeling die naast ons hotel vertrok, door het bos tot aan de Geroldsauer Wasserfall. Ik ben er zeker van dat dit zonder regen nog mooier is. Eten deden we die eerste avond in Landgasthof Hirsch, een restaurant dat ik zeker kan aanraden en waar je te voet heen kan vanuit het hotel.

Na een geweldig ontbijt (waar ons hotel ook om bekend staat) reden we de Schwarzwaldhochstrabe op, richting Zuiden. Het was verleidelijk om te stoppen op een van de vele parkings die je op deze weg tegenkomt, want overal vertrekken wandelingen die er echt wel de moeite uitzien. Wij wilden echter nog voor de middag de Mummelsee bereiken, want we lazen dat het daar snel heel druk kan worden. De omgeving rond dit prachtige meer is zeker een uitstap waard. Je kan er een kleine wandeling rond het meer maken, picknicken of bootje varen. Wij kozen voor een langere wandeling van zo’n 4 kilometer, met wel wat klimmen en dalen. Deze wandeling staat goed aangeduid met het logo van het Zwarte Woud. Ze brengt je tot boven aan de uitkijktoren. Daar in de buurt is ook een restaurant en voldoende plaats om in een stoeltje van de zon en het uitzicht te genieten. Maar dat soort wandelaars zijn wij niet: het moet vooruitgaan bij ons, want we hadden nog een tweede bestemming op ‘de planning’ staan: de Allerheiligen Watervallen.

Onbewust maakten wij hier een hele goede beslissing: wij parkeerden ons bovenaan de watervallen, vlakbij de ruïne en de eetgelegenheid. In het weekend worden de watervallen gretig bezocht, dus parking vinden kan een uitdaging zijn. Maar daar merkten wij dus niks van. Op het wandelpad zelf, dat naast de waterval loopt, was het wel best druk, maar niet storend. Voor ons eindigde het pad onderaan de waterval, wat de toegangspoort bleek te zijn. Daar stond de parking dus wel helemaal vol. De meeste mensen vertrekken daar en wandelen dus eerst naar boven en dan terug naar beneden. Wij deden het andersom. Je komt dan alleen iets meer bezweet aan op het einde van het traject.

Dat zweet kreeg de kans om op te drogen tijdens onze rit naar Freudenstadt. Daar wandelden we wat rond en bezochten wat het grootste marktplein van Duitsland zou zijn. Er vlak naast bevindt zich een ondergrondse parking waar wij voor slechts enkele euro’s konden staan.

Rond 17u lieten we de stad achter ons en reden terug naar ons hotel: een rit van een uur, maar wel door een prachtig landschap. ’s Avonds aten we in het restaurant schuin tegenover ons hotel: Gasthof Auerhahn, ook heel lekker.

Maandag reden we een andere richting uit, tot in Sommerberg. Daar kan je tal van wandelingen maken, maar de publiekstrekkers zijn het Baumwipfelpfad (op hoogte tussen de bomen) en de Wildline Hangebrucke, een hangbrug van 380 meter lang. De wandeling tussen de bomen kost je 12,5€ per persoon (online een euro goedkoper). Om de brug over te steken, leg je 9€ neer. Als je de andere kant van de hangbrug bereikt, kan je kiezen tussen verschillende wandelingen. Wij namen de kortste terug naar de parking. De wegbewijzering is niet heel duidelijk daar, vond ik. De zon brandde die dag stevig, dus ik wilde geen risico nemen.

Hierna reden we naar Baden-Baden, een stad die we moeilijk konden overslaan nu we er zo dichtbij waren. Het was even onze weg zoeken in deze stad, maar we vonden het er wel heel gezellig en aangenaam. We sloten de dag op met een glaasje champagne naast het Casino.

Die avond aten we opnieuw in Gasthof Auerhahn, dit keer buiten op het terras.

Dinsdag reden we terug naar huis, natuurlijk na eerst het kind en de hond opgepikte te hebben.

Ik denk dat we gemakkelijk nog een paar dagen langer hadden kunnen doorbrengen in deze streek. Langs de andere kant weet ik dat we waarschijnlijk dieper het Zwarte Woud (meer zuidelijk) waren ingetrokken moesten we meer tijd gehad hebben. Maar deze trip haalt zeker mijn lijstje van ‘bestemmingen waar ik nog wel eens terug naartoe wil’.


Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren
Inloggen